Contenuto del paragrafo: PRONOMI RELATIVI


Voorbeelden:
1 I ragazzi olandesi che hanno abitato in Italia, vengono da me alle tre.
2 La ragazza che ho conosciuto è italiana.
3 La signora che è venuta da me, è insegnante d'italiano.
4 Quella è la persona di cui ti parlavo.
5 Lo scrittore i cui libri sono noti in tutto il mondo, ha pubblicato il suo ultimo romanzo.
6 Il ministro sul cui progetto di legge molti hanno discusso, ha avuto un incontro con i rappresentati dei sindacati.
7 Chi si iscrive in ritardo, non potrà sostenere l'esame.

Het "pronome relativo" heeft, naast de verwijzende functie die alle voornaamwoorden kenmerken, een zinsverbindende functie.

De vorm "che", die onveranderlijk is, kan onderwerp of lijdend voorwerp van de betrekkelijke bijzin zijn (voorbeelden 1-3).
Als "che" lijdend voorwerp is, wordt zijn positie in het moderne Italiaans niet van invloed op de overeenstemming van de laatste klinker van het voltooid deelwoord van samengestelde werkwoorden (voorbeeld 2).

Voor meer voorbeelden en informatie over het betrekkelijke voornaamwoord "che" klik op:
"pronome relativo CHE".


De vorm bepaald lidwoord + cui (voorbeeld 5) of de combinatie voorzetsel + bepaald lidwoord + cui (voorbeeld 6) verschillen van de vorm voorzetsel + cui (voorbeeld 4) omdat ze een bezitsrelatie aanduiden (in het Nederlands corresponderen ze met wiens, wier, van wie, waarvan).


Voor meer voorbeelden en informatie over het gebruik van het betrekkelijke voornaamwoord "cui" klik op de volgende mogelijkheden:
- pronome relativo: preposizione + cui
- pronome relativo: articolo determinativo + cui
- pronome relativo: preposizione articolata + cui


De vorm "chi" heeft een ingesloten antecedent, als betrekkelijk voornaamwoord verwijst hij nooit naar een specifieke persoon, maar naar personen in het algemeen.

Voor meer voorbeelden en informatie over de voornaamwoorden met ingesloten antecedenten klik op:

Pronome relativo: i pronomi doppi