| Voorbeelden: | |
| 1 | Stasera vado dagli amici. |
| 2 | Marco va in vacanza senza la sua ragazza. |
| 3 | La fontana sta nel mezzo della piazza. |
| 4 | Vengo a prenderti alla stazione. |
| 5 | Vado in biblioteca. |
| 6 | Facciamo una passeggiata lungo il fiume. |
| 7 | Vengo con voi al cinema. |
| 8 | Ci incontriamo tra/fra una mezz'oretta. |
| 9 | Vi aspetterò davanti alla chiesa. |
| 10 | Il vaso cade per terra. |
| Voorbeelden: | |
| 11 | Biagio è andato da un suo amico." Da" drukt "richting" uit: "naar".
|
| 12 | La biblioteca è aperta dalle nove alle cinque. "Da" drukt een "beginpunt" uit: "van(af)".
|
De functie van preposities is het uitdrukken van de aard van de relatie tussen twee zinselementen.
| Voorbeelden: | |
| 13 | Gianni 1va da 2Maria. "Da" geeft tussen de zinselementen "va" en "Maria" een relatie weer die "richting" uitdrukt.
|
| 14 | Gianni 1va senza 2Maria. "Senza" geeft tussen de zinselementen "va" en "Maria" een relatie weer die "uitsluiting" uitdrukt.
|
Verandert men dus de prepositie, dan verandert ook de relatie tussen de zinselementen.
Preposities kunnen zowel uit één woord (b.v. voorbeeld 2 "senza") als uit een samenstelling van woorden (b.v. voorbeeld 3 "nel mezzo di" en voorbeeld 9 "davanti a") bestaan.
| Preposities zijn onder te verdelen in twee groepen: | |
| - | de "preposizioni proprie" (preposities die alleen in de betekenis van prepositie gebruikt kunnen worden) |
| - | de "preposizioni improprie" (preposities die gebruikt kunnen worden zowel in de betekenis van prepositie als in een andere betekenis) |