| Voorbeelden: | |
| 1 | Ieri alle nove dormivo ancora. |
| 2 | Ieri ho dormito fino alle nove. |
| 3 | Ieri dormii fino alle nove. |
| 4 | *Ieri alle nove ho dormito/dormii ancora. |
| 1 | Passato prossimo |
| 2 | Passato remoto |
Klik voor meer informatie over de keuze tussen passato prossimo en passato remoto op
"l'opposizione passato prossimo <---> passato remoto".
De "imperfetto" geeft aan dat de handeling nog niet voltooid is en dus nog aan de gang is. De "imperfetto" kent slechts één tijd: de "imperfetto indicativo".
| REGELS: |
| Verhaal <--> beschrijving |
| 1) Voorbeelden: | ||
| Perfetto | Imperfetto | |
| Ieri sono uscito di casa alle sette e mezzo e sono andato alla stazione per prendere il treno delle otto. In treno ho letto il giornale. Alle nove sono sceso e dieci minuti dopo sono arrivato in ufficio, dove ho cominciato subito a lavorare. | Era una bella giornata. Faceva freddo, ma il sole brillava e sembrava fare ancor più belli i colori autunnali della natura. La gente era contenta. Qua e là c'erano delle donne che lavoravano nei giardini facendo i preparativi per l'inverno. I bambini giocavano nelle strade. | |
| Solo a Maria non piaceva questo giorno splendido perché le ricordava un altro giorno d'un altro autunno: il giorno della morte del marito. | ||
| Aangezien de "perfetto" aangeeft dat een handeling voltooid is, wordt de "perfetto" bij uitstek gebruikt om een serie chronologisch op elkaar volgende handelingen in het verleden te
vertellen, bijvoorbeeld een verhaal. De "imperfetto", die aangeeft dat een handeling nog aan de gang is, gebruik je bij een beschrijving van een situatie in het verleden. Een situatie is immers per definitie nog niet voltooid. |
||
| 2) Een gewoonte. Voorbeelden: | ||
| Perfetto | Imperfetto | |
| Ogni sabato lo scorso mese ho comprato il giornale. | Ogni sabato compravo il giornale. | |
| De "perfetto" wordt gebruikt wanneer er een gewoonte wordt aangegeven die zich afspeelde binnen een bepaalde periode. Immers, een periode is per definitie
voltooid. De "imperfetto" wordt gebruikt als er een gewoonte wordt aangegeven zónder periodeaanduiding. Een gewoonte is immers nooit voltooid. |
||
| 3) Gelijktijdige handelingen. Voorbeelden: | ||
| Mentre mangiavo, guardavo la televisione. | ||
| Bij gelijktijdige handelingen, die beide gedurende een langere tijd aan de gang zijn, gebruik je voor beide handelingen de "imperfetto". |
||
| 4) Handeling die onderbroken wordt. Voorbeelden: | ||
| Mentre mangiavo, ha telefonato Gianni. | Mentre guardavo la televisione, sono entrati Laura e Dario. | |
| Wanneer een handeling onderbroken wordt door een andere handeling, staat de onderbroken handeling in de "imperfetto" en de onderbrekende handeling in de "perfetto". | ||