L'uso del passato remoto


Voorbeelden:
1 Dante Alighieri nacque nel 1265 e morì nel 1321.
2 * Dante Alighieri nasceva nel 1265 e moriva nel 1321.
3 La scorsa domenica dormii fino alle nove.
4 *Ieri alle nove dormii ancora.
5 Nel 1915 l'Italia entrò in guerra.
6 Un tempo Venezia fu un importante centro di commercio.
7 Due mesi fa incontrammo i Rossi per l'ultima volta.
8 I miei vicini partirono definitivamente per gli Stati Uniti alcuni anni fa.

De "passato remoto" is net als de "passato prossimo" een vorm van de "perfetto". Anders dan bij de "passato prossimo" is er in de "passato remoto" geen band met het heden. Dit heeft niets te maken met het feit of iets lang geleden gebeurd is, of recent, ook de duur van de handeling is niet van belang.

Ook de "passato prossimo" kan gebruikt worden voor iets dat lang geleden gebeurd is, maar dit heeft dan voor de spreker een band met het heden. Zijn houding ten opzichte van het onderwerp bepaalt de keuze voor de "passato remoto" of de "passato prossimo".

Klik voor meer informatie over de keuze tussen passato prossimo en passato remoto op

"l'opposizione passato prossimo <---> passato remoto".

De "imperfetto" daarentegen geeft aan dat de handeling nog niet voltooid is en dus nog aan de gang is.

PERFETTO

IMPERFETTO

1) Verhaal

Beschrijving

Uscii di casa alle sette e mezzo eandai alla stazione per prendere il treno delle otto. In treno lessi il giornale. Alle nove scesi e dieci minuti dopo arrivai in ufficio, dove cominciai subito a lavorare. Era una bella giornata. Faceva freddo, ma il sole brillava e sembrava fare ancor più belli i colori autunnali della natura. La gente era contenta. Qua e là c'erano delle donne che lavoravano nei giardini facendo i preparativi per l'inverno. I bambini giocavano nelle strade. Solo a Maria non piaceva questo giorno splendido. La faceva pensare ad un altro giorno d'un altro autunno: il giorno della morte del marito.

Aangezien de "perfetto" aangeeft dat een handeling voltooid is, wordt de "perfetto" gebruikt om een serie chronologisch op elkaar volgende handelingen in het verleden te vertellen, bijvoorbeeld een verhaal. De "imperfetto", geeft aan dat een handeling nog aan de gang is en wordt gebruikt bij een beschrijving van een situatie in het verleden. Een situatie is immers per definitie nog niet voltooid.
2) Gewoonte
In quel periodo ogni sabato comprai il giornale. In quel periodo ogni sabato compravo il giornale.
De "perfetto" wordt gebruikt wanneer een gewoonte wordt aangegeven die zich afspeelde binnen een bepaalde periode. Een periode is per definitie voltooid. De "imperfetto" wordt gebruikt als er een gewoonte wordt aangegeven zónder periodeaanduiding. Een gewoonte is nooit voltooid.
3) Gelijktijdige handelingen
Mentre mangiavo, guardavo la televisione.
Bij gelijktijdige handelingen, die gedurende een langere tijd aan de gang zijn, gebruik je voorbeide handelingen de "imperfetto".
4) Handeling of beschrijving die onderbroken wordt
Mentre mangiavo, telefonò Gianni.
Paolo aveva soltanto venticinque anni quando ebbe una disgrazia mortale.
Entrarono Laura e Dario, mentre guardavo la televisione.
Faceva già buio, quando Francesca decise di fare una passeggiata.
Wanneer een handeling of beschrijving onderbroken wordt door een andere handeling, staat de onderbroken handeling in de "imperfetto" en de onderbrekende handeling in de "perfetto".