Indicazione di luogo


Voorbeelden:
1 Sono andato a Bologna.
2 Devo andare in banca.
3 Vado a letto.
4 Stasera vado al bar.
5 Vado tutti i giorni in ufficio in bicicletta.
6 Vado da Michele.
7 Antonella e Fabio cenano al ristorante.
8 A lezione il professore ha spiegato le preposizioni.
9 Ieri ho cenato in pizzeria.
10 Abito in Olanda.

In het Italiaans wordt de keuze van de prepositie gewoonlijk bepaald door de plaatsbepaling, en dus niet, zoals in het Nederlands, door het werkwoord. Per plaatsbepaling dient te worden geleerd welke prepositie erbij hoort. Klik hieronder op het blauw voor meer informatie over de keuze van de prepositie in de verschillende gevallen:

1 Plaatsbepalingen die eindigen op -ERIA
2 Gebruik van de "preposizione semplice" (prepositie zonder toevoeging van lidwoord) of de "preposizione articolata" (prepositie + lidwoord)
3 Identificatie van de plaatsbepaling bij "a" en "in"
4 Namen van landen
5 Namen van steden/dorpen
6 Personen
7 Herkomst
8 Plaatsbepaling in combinatie met het werkwoord "partire"
9 Preposizione locativa "su"