Preposizioni locative per la provenienza


 
Voorbeelden:
1 Vengo dalla stazione.
2 L'ho avuto da Anna.
3 Vengo da Bologna.

Voorbeeld 3) kan op twee manieren worden geïnterpreteerd:

a. Bologna è la città da cui vengo ora.
b. Bologna è la mia città di origine.
Dit tweede concept kan ook worden uitgedrukt door de prepositie "di":
4 Sono di Bologna.
Bij het aangeven van de plaats waar iemand vandaan komt, wordt de prepositie "da" gebruikt. Als het om de plaats gaat waar iemand geboren en getogen is, kan ook de prepositie "di" gebruikt worden.