Indice Analitico



A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z


A


Argomenti in A


A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z


B


Argomenti in B

Bello - aggettivo

            

Als "bello" direct vóór het zelfstandig naamwoord staat, wordt dit verbogen als "di" + bepaald lidwoord of als het bijvoeglijk naamwoord "quello".

"Bello", "dello" en "quello" gedragen zich zoals het bepaald lidwoord.

Voor meer informatie over de vorming van het bepaald lidwoord klik op "morfologia dell'articolo determinativo".

Buono - aggettivo

               

Als "buono" direct vóór het zelfstandig naamwoord staat, wordt dit in het enkelvoud verbogen als het onbepaald lidwoord. Het meervoud volgt de hoofdregel.

Voor meer informatie over de vorming van het onbepaald lidwoord klik op de "morfologia dell'articolo indeterminativo"..


A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z


C


Argomenti in C

Che/di - traduzione di "dan"

Voorbeelden:
1 Bologna è più vivibile di Milano.
2 La Spagna è più grande dell'Olanda.
3 La mia famiglia è meno ricca della sua.
4 Elio è più giovane di me.
5 Renata è più brava di quanto immaginavamo/immaginassimo.
6 Renata è più brava di quanto non immaginassimo.
7 E più difficile scrivere che parlare una lingua straniera.
8 Questo divano è più bello che comodo.
9 Ultimamente è più economico viaggiare in aereo che in treno.
10 Di solito mangiamo più pesce che carne.
11 Ha risolto il problema più opportunisticamente che intelligentemente.
12 Fa più freddo qui che fuori.
13 In Olanda il numero di disoccupati è inferiore a quello dell'Italia.
14 Le sue capacità sono superiori alle mie.

Het Nederlands voegwoord "dan" wordt in het Italiaans door "di" of "che" weergegeven.

Het voorzetsel "di" wordt in de volgende gevallen gebruikt:

- als het tweede element in de vergelijking een zelfstandig naamwoord (voorbeelden 1 en 2) of een voornaamwoord (voorbeelden 3 en 4) is;
- als het tweede element in de vergelijking een bijzin is (voorbeelden 5 en 6).


Daarentegen wordt "che" gebruikt:

- als het tweede element in de vergelijking een werkwoord in de infinitief is (voorbeeld 7);
- als het tweede element in de vergelijking een bijvoeglijk naamwoord is (voorbeeld 8);
- als het tweede element in de vergelijking door een voorzetsel wordt ingeleid (voorbeeld 9);
- als het tweede element in de vergelijking een zelfstandig naamwoord is dat geen onderwerp van de zin is (voorbeeld 10);
- als het tweede element in de vergelijking een bijwoord is dat een wijze aanduidt (voorbeeld 11);
- als het tweede element in de vergelijking een bijwoord van plaats is (voorbeeld 12). Is het tweede element in de vergelijking een bijwoord van tijd, dan kom je beide mogelijkheden tegen.

In voorbeeld 6 is de "congiuntivo" door het gebruik van "non" verplicht. In voorbeeld 5 is de "congiuntivo" daarentegen optioneel.

Het gebruik van de twee "forme organiche" "inferiore" en "superiore" vereist dat het tweede element van de vergelijking door het voorzetsel "a" wordt ingeleid.

Het bijvoeglijk naamwoord "ciascuno" wordt verbogen als het onbepaald lidwoord "uno".

Voor meer informatie over de vorming van het onbepaald lidwoord klik op "morfologia dell'articolo indeterminativo". 


A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z


D


Argomenti in D

Di/Che - traduzione di "dan"

Voorbeelden:

1. Bologna è più vivibile di Milano.

2. La Spagna è più grande dell'Olanda.

3. La mia famiglia è meno ricca della sua.

4. Elio è più giovane di me.

5. Renata è più brava di quanto immaginavamo/immaginassimo.

6. Renata è più brava di quanto non immaginassimo.

7. E più difficile scrivere che parlare una lingua straniera.

8. Questo divano è più bello che comodo.

9. Ultimamente è più economico viaggiare in aereo che in treno.

10. Di solito mangiamo più pesce che carne.

11. Ha risolto il problema più opportunisticamente che intelligentemente.

12. Fa più freddo qui che fuori.

13. In Olanda il numero di disoccupati è inferiore a quello dell'Italia.

14. Le sue capacità sono superiori alle mie.

Het Nederlands voegwoord "dan" wordt in het Italiaans door "di" of "che" weergegeven.

Het voorzetsel "di" wordt in de volgende gevallen gebruikt:

-   als het tweede element in de vergelijking een zelfstandig naamwoord (voorbeelden 1 en 2) of een voornaamwoord (voorbeelden 3 en 4) is;

-   als het tweede element in de vergelijking een bijzin is (voorbeelden 5 en 6).

Daarentegen wordt "che" gebruikt:

-   als het tweede element in de vergelijking een werkwoord in de infinitief is (voorbeeld 7);

-   als het tweede element in de vergelijking een bijvoeglijk naamwoord is (voorbeeld 8);

-   als het tweede element in de vergelijking door een voorzetsel wordt ingeleid (voorbeeld 9);

-   als het tweede element in de vergelijking een zelfstandig naamwoord is dat geen onderwerp van de zin is (voorbeeld 10);

-   als het tweede element in de vergelijking een bijwoord is dat een wijze aanduidt (voorbeeld 11);

-   als het tweede element in de vergelijking een bijwoord van plaats is (voorbeeld 12). Is het tweede element in de vergelijking een bijwoord van tijd, dan kom je beide mogelijkheden tegen.

In voorbeeld 6 is de "congiuntivo" door het gebruik van "non" verplicht. In voorbeeld 5 is de "congiuntivo" daarentegen optioneel.

Het gebruik van de twee "forme organiche" "inferiore" en "superiore" vereist dat het tweede element van de vergelijking door het voorzetsel "a" wordt ingeleid.


A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z


E


Argomenti in E


A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z


F


Argomenti in F


A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z


G


Argomenti in G

Gli - l'uso di "gli"

"Gli" en "loro" worden alleen in zéér formele situaties als beleefdheidsvormen gebruikt. In gemiddeld formele situaties en informele situaties wordt "vi" gebruikt.


A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z


H


Argomenti in H


A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z


I


Argomenti in I


A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z


J


Argomenti in J


A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z


K


Argomenti in K


A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z


L


Argomenti in L

Loro - l'uso di "loro"

"Gli" en "loro" worden alleen in zéér formele situaties als beleefdheidsvormen gebruikt. In gemiddeld formele situaties en informele situaties wordt "vi" gebruikt.


A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z


M


Argomenti in M


A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z


N


Argomenti in N

Nessuno - aggettivo indefinito

Het bijvoeglijk naamwoord "nessuno" wordt verbogen als het onbepaald lidwoord "uno".

Voor meer informatie over de vorming van het onbepaald lidwoord klik op "morfologia dell'articolo indeterminativo"..


A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z


O


Argomenti in O

Organico - comparativo e superlativo

Naast de vormen met "più" van de "comparativo di maggioranza" (vergrotende trap) en de "superlativo relativo" (overtreffende trap) en naast verschillende mogelijkheden voor de "superlativo assoluto" (absoluut overtreffende trap), bestaan ook de zogenaamde "forme organiche".

Voorbeelden:
1 Quella persona è cattivissima.
2 Quel vino è pessimo.
3 Quello che dice ha maggiore importanza.
4 Sto cercando una stanza più grande.

De keuze tussen de twee beschikbare vormen van de "comparativo di maggioranza" en de "superlativo relativo" of de veelvoudige vormen voor de "superlativo assoluto" is niet in regels te omvatten. Weliswaar kan men constateren dat de "forme organiche" de voorkeur boven de andere vormen krijgen als ze betrekking hebben op abstracte begrippen..


A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z


P


Argomenti in P


A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z


Q


Argomenti in Q


A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z


R


Argomenti in R


A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z


S


Argomenti in S


A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z


T


Argomenti in T


A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z


U


Argomenti in U


A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z


V


Argomenti in V


A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z


W


Argomenti in W


A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z


X


Argomenti in X


A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z


Y


Argomenti in Y


A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z


Z


Argomenti in Z


A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z