Si impersonale nei tempi semplici


Voorbeelden:
1 Se si arriva in ritardo, non si può entrare.
2 In estate si sta bene al mare.
3 A casa sua si mangia bene.
4 Ci si incontra spesso in discoteca la domenica sera.
5 Si dice che in via Verdi la settimana prossima aprirĂ  un nuovo ristorante.
6 Temo che non si faccia in tempo per lo spettacolo delle nove.
7 Se non ci si vuole annoiare, si deve passare la serata in quella discoteca.

De "forma impersonale" bij de enkelvoudige tijden vorm je door "si", gevolgd door de 3e persoon enkelvoud van het werkwoord. "Si" is dan onpersoonlijk onderwerp.
De "si impersonale" wordt gebruikt bij de "verbi intransitivi" en de "verbi riflessivi".
Bij de "verbi transitivi" wordt de "forma impersonale" alleen gebruikt als het lijdend voorwerp niet in de zin aanwezig is (3).
Bij de "verbi riflessivi" krijg je niet 2 keer achter elkaar "si", maar verandert de eerste "si" in "ci" (4 en 7).

Voor de "si impersonale" bij samengestelde tijden kun je kijken bij de "si impersonale nei tempi composti".
Voor de "si impersonale" gevolgd door het naamwoordelijk deel van het gezegde kun je kijken bij de "si impersonale + aggettivo/sostantivo".