Si impersonale nei tempi composti


Voorbeelden:
1 Se la notte non si è dormito bene, il giorno dopo si lavora male.
2 Si è discusso per ore senza trovare una soluzione.
3 In quel ristorante si è mangiato bene.
4 Si è partiti presto stamattina per arrivare in tempo al mercato.
5 Ieri mattina ci si è svegliati tardi.

De "forma impersonale" bij de samengestelde tijden vorm je door "si", gevolgd door de 3e persoon enkelvoud van het hulpwerkwoord "essere" en het voltooid deelwoord.

Het voltooid deelwoord blijft onveranderlijk als het werkwoord normaliter met "avere" vervoegd wordt, en heeft de uitgang van het mannelijk meervoud als het werkwoord normaliter met "essere" vervoegd wordt.

Voor de "si impersonale" bij enkelvoudige tijden kun je kijken bij de "si impersonale nei tempi semplici".

Voor de "si impersonale" gevolgd door het naamwoordelijk deel van het gezegde kun je kijken bij de "si impersonale + aggettivo/sostantivo".