Preposizioni di tempo: dopo


Voorbeelden:
1 Ci vediamo tra/fra due giorni.
2 L'esame di grammatica sarà già fra/tra un mese.
3 Fra/tra due settimane vado in vacanza in Italia.

Om een periode aan te geven die nog overbrugd moet worden, wordt de prepositie "tra/fra" gebruikt. "Tra/fra" heeft dan de betekenis van "over".