Participio passato: la forma implicita


Voorbeelden:
1 Tornato a casa, Massimo raccontò alla moglie che cosa gli era successo.
Dopo che fu tornato a casa, Massimo raccontò alla moglie che cosa gli era successo.
2 Superato l'esame, possiamo riposare alcuni giorni.
Dopo aver superato l'esame, possiamo riposare alcuni giorni.

Het "participio passato" kan een gedeelte van een bijzin vervangen als dit:
- iets naders zegt over het onderwerp van de hoofdzin (1)
- bij een voorwerp in de bijzin hoort, dat géén onderwerp is (2)

De handeling in de bijzin moet altijd in tijd voorafgaan aan de handeling in de hoofdzin. Daarbij maakt het geen verschil of de handeling in de hoofdzin in de futuro, presente of passato staat.

Voorbeelden:
3 Morto un papa, se ne fa un altro.
Essendo morto un papa, se ne fa un altro.
4 Approvata dal governo, la nuova legge entrerà in vigore nel Duemila.
Dopo che sarà approvata dal governo, la nuova legge entrerà in vigore nel Duemila.
Essendo approvata dal governo, la nuova legge entrerà in vigore nel Duemila.
5 Dette queste brutte parole, se ne andò.
Dopo che ebbe detto queste brutte parole, se ne andò.
Dopo aver detto queste brutte parole, se ne andò.

Het "participio passato" richt zich in geslacht en getal naar het bijbehorende onderwerp (3 en 4) of lijdend voorwerp (5). Kijk hiervoor ook bij "l'accordo del participio passato"

Let op:
Zoals uit bovenstaande voorbeelden duidelijk blijkt, is het mogelijk het gedeelte van de bijzin dat vervangen wordt door het "participio passato" te vervangen door een andere "forma implicita": het "gerundio" (3 en 4) of de "infinito" (2 en 5).