Posizione dell'aggettivo con funzione attributiva


Voorbeelden:
1 Il professor Nitti insegna alla scuola media.
2 Preferisco il tavolo ovale.
3 Valeria è di origine inglese.
4 Ugo porta una camicia bianca.
5 Alle ultime elezioni il partito liberale ha perso molti voti.
6 Il museo ha una collezione molto bella.
7 Abitiamo in un quartiere nuovo.
8 Dopo la proiezione l'affascinante attrice ha risposto alle domande del pubblico.
9 Che bella sorpresa!
10 Per il progetto abbiamo nuovi finanziamenti.

Een bijvoeglijk naamwoord in attributieve functie staat gewoonlijk achter het zelfstandig naamwoord. In sommige gevallen kan het bijvoeglijk naamwoord voor het zelfstandig naamwoord staan.

Het bijvoeglijk naamwoord komt achter het zelfstandig naamwoord als dit een onderscheidende betekenis heeft. Bij aanduiding van een instelling (voorbeeld 1) of een vorm (voorbeeld 2), oorsprong of nationaliteit (voorbeeld 3), kleur (voorbeeld 4), ideologie, theorie of doctrine (voorbeeld 5), heeft het bijvoeglijk naamwoord bijna altijd een onderscheidende betekenis. Bijvoeglijke naamwoorden die met bijwoorden zoals "molto", "poco", "abbastanza", etc. (voorbeeld 6) worden gebruikt staan altijd achter het zelfstandig naamwoord.

Als er geen sprake is van onderscheidende betekenis of van nieuwe informatie (voorbeeld 8), wordt het bijvoeglijk naamwoord voor het zelfstandig naamwoord geplaatst. Beperkte relevantie van het bijvoeglijk naamwoord en een betekenis die makkelijk contextueel verondersteld kan worden, spelen bij deze keuze van de taalgebruiker een rol.

De volgende bijvoeglijke naamwoorden worden vaak vòòr het zelfstandig naamwoord gebruikt: "bello" (voorbeeld 9), "buono", "brutto", "caro", "cattivo", "grande", "piccolo".

Voor de verbuiging van "bello" en "buono" klik op deze twee bijvoeglijke naamwoorden.

In sommige gevallen kan de plaatsing voor of achter het zelfstandig naamwoord verschillen in betekenis opleveren: "quartieri nuovi" betekent in voorbeeld 7 "nieuwe wijken", daarentegen is de betekenis van "nuovi finanziamenti" in voorbeeld 10 "andere financieringen".

Accordo dell'aggettivo con due o più sostantivi


Voorbeelden:
1 Fabio e Giorgio sono contenti di aver trovato lavoro.
2 Antonella porta una giacca e una gonna rosse.
3 La torre e il palazzo sono moderni.
4 Studiamo lingua e letteratura italiana.
5 Devo comprare quaderni e penne nuove.

Een bijvoeglijk naamwoord dat zich richt op twee of meerdere zelfstandige naamwoorden van hetzelfde geslacht (voorbeelden 1 en 2) staat in het meervoud.

Bij verschillend geslacht (voorbeeld 3) stemt het bijvoeglijk naamwoord in het meervoud mannelijk overeen.

Ook frequent is het geval dat het bijvoeglijk naamwoord overeenstemt met het zelfstandig naamwoord dat rechtstreeks daarvoor staat. Zoals blijkt uit voorbeelden 4 en 5, moet er sprake zijn van een bijvoeglijk naamwoord met een attributieve functie. Bovendien moeten de zelfstandige naamwoorden waarop het bijvoeglijk naamwoord zich richt, een verwante betekenis hebben.

Aggettivi qualificativi invariabili


Voorbeelden:
1 Sergio porta giacca e pantaloni blu.
2 Laura è la ragazza con la sciarpa e il cappello viola.
3 Olga ha i capelli castano chiaro.
4 I guanti di Daniela sono verde bottiglia.
5 Ho due biglietti della lotteria: uno con un numero pari, l'altro con un numero dispari.
6 La letteratura latinoamericana/latino-americana è conosciuta in tutto il mondo.

Enkele bijvoeglijke naamwoorden die kleuren aanduiden (voorbeelden 1 en 2) zijn onveranderlijk: "blu", "viola", "lilla", "rosa", "arancio", "arancione" en "marrone". De bijvoeglijke naamwoorden "arancione" en "marrone" komt men ook met een verbogen vorm tegen.

Onveranderlijk zijn ook de kleuraanduidingen die nader bepaald zijn (voorbeelden 3 en 4).

Bij bijvoeglijke naamwoorden die uit twee elementen bestaan (met of zonder verbindingsstreepje), richt alleen het tweede element zich naar het zelfstandig naamwoord (voorbeeld 6).

Een aantal bijvoeglijke naamwoorden zoals "pari", "dispari", "impari", "perbene", etc. is altijd onveranderlijk (voorbeeld 5).

Plurale degli aggettivi qualificativi in -io


Voorbeelden:
1 Devo dare due esami obbligatori.
2 Ugo, ti presento due vecchi amici.
3 I signori Gigli mi sembrano persone serie.
4 Gianni ha sempre idee straordinarie.
5 Eugenio ed io siamo spesso restii nell'accettare regole rigide.

De bijvoeglijke naamwoorden die op "-io" uitgaan en de klemtoon hebben voor deze uitgang, eindigen in het meervoud mannelijk op "- i" en in het meervoud vrouwelijk op "-e" (voorbeelden 1-4).

Omdat het bijvoeglijk naamwoord "restio" van voorbeeld 5 de klemtoon op de "-i-" heeft, eindigt het in het meervoud mannelijk met een dubbele "i".

Plurale degli aggettivi qualificativi femminili in -cia e -gia


Voorbeelden:
1 In questa piazza ci sono due costruzioni massicce.
2 In Sardegna ci sono ancora zone selvagge.
3 La commissione ha preso alcune decisioni sagge.
4 Alessandra su questo argomento non ha idee malvagie.
5 Oggi in cielo ci sono solo nuvole grigie.

De vrouwelijke bijvoeglijke naamwoorden die op "-cia" en "-gia" eindigen, gaan in het meervoud op "-ce" en "-ge" uit (voorbeelden 1-3) in het geval dat direct voor de "c" o "g" en medeklinker staat.

Aggettivi qualificativi in -co e -go


Voorbeelden:

1 A Venezia possiamo visitare alcuni palazzi antichi.
2 Il padre di Giacomo è quella persona con i capelli bianchi.
3 In Toscana ci sono molti villaggi pittoreschi.
4 Il programma di storia dell'arte comprende anche i pittori fiamminghi.
5 Antonella preferisce leggere gli autori classici.
6 In alcuni quiz televisivi i partecipanti possono vincere fantastici premi.
7 Hai letto i servizi giornalistici sull'Olanda?
8 Oggi vogliamo visitare due chiese antiche.
9 Abbiamo fatto delle vacanze fantastiche!

Als de bijvoeglijke naamwoorden die op "-co" en "-go" uitgaan de klemtoon op de één na laatste lettergreep hebben, behouden ze in het meervoud de keelklank "-chi" en "-ghi" (voorbeelden 1-4).

Als de bijvoeglijke naamwoorden die op "-co" en "-go" uitgaan de klemtoon op de twee na laatste lettergreep hebben, worden ze in het meervoud "-ci" en "-gi" (voorbeelden 5-7).

Op twee bovenstaande regels is een aantal uitzonderingen (amici, nemici, greci, carichi, etc.).  Het vrouwelijke meervoud van beide soorten bijvoeglijke naamwoorden gaat op "-che" en "-ghe" uit (voorbeelden 8-9).

Aggettivi qualificativi in -a e -ista


Voorbeelden:

1 Marcello è un ragazzo opportunista.
2 Per molte persone non è facile capire la politica europeista.
3 I movimenti femministi hanno cambiato strategia negli ultimi anni.
4 Le professoresse dell'istituto sono entusiaste dell'uso del computer nell'insegnamento.

De meeste bijvoeglijke naamwoorden die in het enkelvoud op "-a" of "-ista" eindigen, hebben een uitgang "-i" in het mannelijk meervoud (voorbeeld 3) en een uitgang "-e" in het vrouwelijk meervoud (voorbeeld 4).

Morfologia e accordo dell'aggettivo qualificativo


Voorbeelden:
1 Abitiamo in un quartiere nuovo della periferia di Cremona.
2 La cucina italiana è conosciuta in tutto il mondo.
3 Recentemente hanno costruito due quartieri nuovi nella periferia di Grosseto.
4 Le automobili italiane sono conosciute in tutto il mondo.
5 Edward è il ragazzo olandese che vive a Napoli.
6 Fabienne è la ragazza francese che lavora nellagenzia turistica.
7 Edward e Robert sono i ragazzi olandesi che studiano a Bologna.
8 Fabienne e Véronique sono le ragazze francesi che lavorano nellagenzia turistica.
9 Claudio è argentino.
10 Luisa è italiana.
11 L'esame di grammatica non è difficile.
12 Gli esercizi della prima lezione sono facili.

De bijvoeglijke naamwoorden kunnen in twee groepen worden verdeeld:
- bijvoeglijke naamwoorden met aparte uitgangen voor het mannelijk (-o in het enkelvoud en -i in het meervoud) en voor het vrouwelijk (-a in het enkelvoud en -e in het meervoud) zoals ook in voorbeelden 1-4 te zien is;
- bijvoeglijke naamwoorden met dezelfde uitgangen voor het mannelijk en het vrouwelijk (in het enkelvoud -e en in het meervoud -i) zoals ook in voorbeelden 5-8 te zien is.

Het bijvoeglijk naamwoord richt zich in geslacht en in getal naar het zelfstandig naamwoord (of voornaamwoord) waarop het betrekking heeft.

De overeenstemming in geslacht en getal vindt niet alleen plaats als het bijvoeglijk naamwoord een attributieve functie heeft (voorbeelden 1-8), maar ook in het geval dat het bijvoeglijk naamwoord een predicatieve functie heeft (voorbeelden 9-12).

Klik voor meer informatie over het bijvoeglijk naamwoord hieronder:

1. aggettivi in -a e -ista
aggettivi in -co e -go
aggettivi in -cia e -gia
aggettivi in -io
aggettivi invariabili
(bijvoegelijk naamwoorden die op -a en -ista uitgaan)
(bijvoeglijk naamwoorden die op co en go uitgaan)
(bijvoeglijk naamwoorden die op cia en gia uitgaan)
(bijvoeglijk naamwoorden die op io uitgaan)
(bijvoeglijk naamwoorden die onveranderlijk zijn);
2. "accordo dell'aggettivo con due o più sostantivi" (bijvoeglijk naamwoorden die betrekking hebben op twee of meer zelfstandige naamwoorden);
3. "posizione dell'aggettivo con funzione attributiva" (plaats van het bijvoeglijk naamwoord in attributieve functie).