| Voorbeelden: | |
| 1 | 1 Il 2 mio 3 ragazzo si chiama Paolo. |
| 2 | Qual è 1 il 2 vostro 3 numero di telefono? |
| 3 | Questa è 1 la 2 sua 3 macchina. |
| 4 | Che cosa pensi del1la 2 mia nuova 3 gonna? |
| 5 | Andiamo a 3 casa 2 mia o a 3 casa 2 tua? |
Gewoonlijk is de plaats van het "possessivo" voor het zelfstandig naamwoord waarop het betrekking heeft. Tussen het "possessivo" en het zelfstandig naamwoord kan nog een bijvoeglijk naamwoord staan. Voor het "possessivo" staat gewoonlijk het bepaald lidwoord (ga voor informatie over afwijkingen van deze regel naar "i possessivi e i nomi di famiglia" of naar "i possessivi preceduti da altre parole che da articoli determinativi").
De volgorde is dus als volgt:
1) bepaald lidwoord + 2) "possessivo" ( + bijvoeglijk naamwoord) + 3) zelfstandig naamwoord
|
In bepaalde gevallen wordt deze volgorde echter omgedraaid en wordt het "possessivo" geplaatst achter het zelfstandig naamwoord waarop het betrekking heeft. Het gaat om de volgende gevallen: |
|
| 1) | Wanneer men extra nadruk wil leggen op het "possessivo": Quella a destra è la borsa mia e quella a sinistra è la borsa di Roberta! (in tegenstelling tot de tas van Roberta)
|
|
In sommige gevallen wordt het lidwoord weggelaten (zie voorbeeld 5) |
|
| 2) | Bij bepaalde uitroepen: Dio mio, aiutami!
Ook hier wordt het lidwoord vaak weggelaten. |
| 3) | Bij bepaalde uitdrukkingen: Per colpa sua.
Ook hier wordt het lidwoord vaak weggelaten. |