| Voorbeelden: | ||
| 1 | Molti turisti visiteranno questa mostra. Questa mostra sarà visitata da molti turisti.
Questa mostra verrà visitata da molti turisti. |
|
| 2 | Spero che la ditta Angelini produca ancora questa poltrona. Spero che questa poltrona sia prodotta ancora dalla ditta Angelini.
|
|
| 3 | Paola chiude la porta. La porta viene chiusa da Paola.
La porta è chiusa da Paola. |
- De deur wordt door Paola gesloten. - De deur wordt door Paola gesloten. |
Het werkwoord "essere" of "venire" in de passieve zin wordt in dezelfde tijd en op dezelfde wijze vervoegd als het werkwoord in de actieve zin.
Het "participio passato" stemt in geslacht en getal overeen met het onderwerp van de lijdende zin.
Bij de "samengestelde tijden" is het gebruik van "venire" niet mogelijk.
Kijk hiervoor bij "La forma passiva nei tempi composti".
N.B.
"Essere" mag alleen gebruikt worden als er geen verwarring bestaat tussen handeling en toestand. Om dit te voorkomen moet in die gevallen "venire" gebruikt worden (3).