Indicazione di qualità distintiva


Voorbeelden:
1 Voglio comprare una gonna a pieghe.
2 Fa caldo, metto una maglietta a maniche corte.
3 Mario è quel ragazzo con i capelli lunghi.
4 Pinotti è quel signore dalla barba lunga.

De preposities die een eigenschap of kenmerk aanduiden zijn: "a", "con" (eventueel met lidwoord) en "da" (eventueel met lidwoord). Helaas zijn er geen duidelijke regels die aangeven wanneer er voor welke prepositie gekozen moet worden. Daarom dient men per eigenschap of kenmerk te leren welke prepositie erbij hoort. Wel zijn er enkele aanwijzingen voor het gebruik te geven. Klik hieronder voor informatie over de betreffende gevallen.

1 Kenmerken van voorwerpen
2 Eigenschappen van personen