Preposizioni qualità distintiva: oggetti


Voorbeelden:
1 Voglio comprare una gonna a pieghe.
2 La Juventus ha la maglia a strisce verticali bianche e nere.
3 Fa caldo, metto una maglietta a maniche corte.
4 Per le lettere ci vuole un francobollo da un euro.
5 Mi puoi cambiare un biglietto da cinquanta euro?
6 Prendi i bicchieri da vino per favore.

Vaak worden kenmerken van voorwerpen aangegeven door de prepositie "a" (eventueel met lidwoord). In sommige gevallen kan "a" (eventueel met lidwoord) worden vervangen door "con" (eventueel met lidwoord):
Voorbeeld:
7 Fa caldo, metto una maglietta con le maniche corte.

 

N.B.: de prepositie "con" kan lang niet in alle gevallen de prepositie "a" vervangen:

Voorbeeld:
8 *Voglio comprare una gonna con le pieghe.

 

In een aantal gevallen kunnen kenmerken van voorwerpen ook worden aangegeven door de prepositie "da". In deze gevallen gaat het vaak om kenmerken die iets te maken hebben met de waarde of het doel van het voorwerp.