| Voorbeelden: | |
| 1 | Devo imparare a memoria i verbi irregolari. |
| 2 | Preferisco andare a piedi. |
| 3 | Andiamo in treno? |
| 4 | Gli studenti seguono la lezione con attenzione. |
| 5 | Maria è vestita in blu. |
| 6 | Claudia è di cattivo umore. |
| 7 | Ho incontrato Fabio per caso. |
| 8 | Devo fare un po' di sport su consiglio del medico. |
De wijze of manier waarop iets gedaan wordt kan door allerlei preposities worden aangeduid. Helaas is het niet mogelijk precieze regels te geven, die duidelijk maken wanneer er voor welke prepositie gekozen moet worden. Per geval dient daarom geleerd te worden welke prepositie er moet worden gebruikt. In sommige gevallen kan de ene prepositie door de andere vervangen worden:
| Voorbeelden: | |
| 1 | Marcello veste sempre in nero. |
| 2 | Marcello veste sempre di nero. |
| In andere gevallen houdt het gebruik van een andere prepositie een heel andere betekenis in: | |
| Voorbeelden: | |
| 1 | Vado a piedi. (Ned.: "Ik ga te voet") |
| 2 | Sto in piedi. (Ned.: "Ik sta") |
| 3 | Il direttore ha licenziato Dario su due piedi. (Ned.: "De directeur heeft Dario op staande voet ontslagen") |
Binnen deze categorie wordt meestal de voorkeur gegeven aan het gebruik van de "preposizione semplice" (prepositie zonder lidwoord) boven de "preposizione articolata" (prepositie + lidwoord).
Hieronder volgt een aantal aanwijzingen. Klik op het blauw voor informatie over het betreffende onderwerp.
| 1 | De manier waarop iets gedaan/gemaakt/bereid is: "op z'n..." |
| 2 | Vervoersmiddelen |