Il clitico ci


Voorbeelden:
1
Vai in Italia?
Sì, ci vado.
2 Andate a Siena?
Sì, ci andiamo.
3 E' a casa Antonella?
No, non c'è.
4 Vuoi restare a casa?
Sì, ci voglio restare.
Sì, voglio restarci.

Net als de andere "clitici" verwijst het "clitico" "ci" naar een (bekend verondersteld) zinselement.

Het zinselement waarnaar "ci" verwijst, is een plaatsbepaling. De plaats in de zin van "ci" is:
- direct vóór de werkwoordsgroep - in een ontkennende zin ná "non";
- in een zin met een modaal hulpwerkwoord (of "sapere") òfwel direct voor de werkwoordsgroep, òfwel direct na de infinitief.
In het laatste geval valt de "-e", waarop de infinitief eindigt, weg en vormen "ci" en de infinitief samen één woord. Er is geen verschil tussen de beide plaatsingsmogelijkheden.

Voor meer informatie over de plaatsing van "ci" bij de "imperativo", ga naar:
1) L'imperativo affermativo
2) L'imperativo negativo