Comparativo di maggioranza


Voorbeelden:
1 Laura è più grande di Claudia.
2 L'Olanda è più piccola dell'Italia.
3 Questa chiesa è più antica del Duomo di Modena.
4 In questi lavori Oreste è più rapido di me.
5 In una lingua straniera è più difficile scrivere che parlare.
6 Questa automobile è più bella che comoda.
7 E' più economico viaggiare in treno che in macchina.

De vergrotende trap wordt gevormd door de plaatsing van "più" vóór het bijvoeglijk naamwoord. 

Het tweede element van de vergelijking wordt door "di" of "che" ingeleid. Voor meer informatie hierover, kun je op "traduzione di dan" klikken.

Als het tweede element van de vergelijking een persoonlijk voornaamwoord is (voorbeeld 4), wordt de vorm van de accusatief van de "pronomi liberi" gebruikt. Dit in tegenstelling met het Nederlands waar ook het tweede element van de vergelijking in de onderwerpsvorm (nominatief) behoort te staan.

In het Italiaans bestaan er ook zogenaamde "forme organiche" voor de trappen van vergelijking bij een aantal bijvoeglijke naamwoorden, zoals "buono", "cattivo", "grande", "piccolo", "alto", "basso".

Voor meer informatie over deze bijzondere vormen klik op "forme organiche".