Met de aanduiding "affermativo" geeft men de "imperativo" (gebiedende wijs) aan die de aangesprokene aanspoort iets wel te doen. Dit in tegenstelling tot de "imperativo negativo" die de aangesprokene juist aanspoort iets niet te doen.

Voorbeelden "imperativo affermativo":

1) Prendi questo libro, Gianni!

2) Signor Rossi, si sieda pure!