Presente indicativo dei verbi in -ERE: la seconda coniugazione


Voorbeelden:
1 Marco prende un caffè.
2 Carla e Luisa ridono sempre molto.
3 Mio marito ed io conosciamo il professor Berti già da molti anni.
4 Carlo e Lucia, quando vedete i vostri cugini?
5 Maria, mi prometti di non dire a nessuno quello che ti ho raccontato?
6 Ragazzi, lo ripeto per l'ultima volta: dovete studiare, se volete superare l'esame!

De werkwoorden van de "seconda coniugazione", d.w.z. de werkwoorden op -ERE, worden als volgt vervoegd:
1 Je neemt de stam van het werkwoord, dat is dàt gedeelte van het "verbo" dat overblijft als je "-ere" erachter vandaan haalt;
2 Vervolgens plaats je de onderstaande uitgangen achter de stam.

PERSOON Stam Uitgang KLEMTOON
(io) ved o  vedo 
(tu) ved i vedi
(lui/lei) ved e vede
(noi ved iamo vediamo
(voi) ved ete vedete
(loro ved ono vedono

Bij de uitspraak ligt de klemtoon bij de eerste, tweede en derde persoon enkelvoud en bij de derde persoon meervoud op de eerste lettergreep. Bij de eerste en tweede persoon meervoud ligt de klemtoon daarentegen op de tweede lettergreep.

Bij werkwoorden die eindigen op "-gere" en "-cere" verandert bij de eerste persoon enkelvoud en de derde persoon meervoud de palatale klank in een keelklank:
1 leggere
io leggo
loro leggono
2 vincere
io vinco
loro vincono
Klik "de uitspraak van de letters "g" en "c" voor klinkers" aan voor meer informatie.