| Voorbeelden: | |
| 1 | C'è lezione fra/tra le nove e le undici. |
| 2 | Il dottore è assente fra/tra martedì e venerdì. |
Bij het aangeven van een periode tussen twee tijdslimieten wordt de prepositie "tra/fra" gebruikt. "Tra/fra" heeft dan de betekenis van "tussen...en...".