| De Italiaanse regelmatige werkwoorden worden in drie groepen (coniugazioni) verdeeld: | |
| 1 | werkwoorden die in de infinitief op -ARE uitgaan (parlare, trovare, guardare, etc.) |
| 2 | werkwoorden die in de infinitief op -ERE uitgaan (credere, ricevere, ripetere, etc.) |
| 3 | werkwoorden die in de infinitief op -IRE uitgaan (sentire, dormire, capire, etc.) |
De uitgangen van de werkwoordstijden kunnen per groep verschillen: de 3e persoon enkelvoud van de tegenwoordige tijd van de aantonende wijs (indicativo) van de werkwoorden in -ARE bijvoorbeeld gaat op "-a" uit, de 3e persoon enkelvoud van dezelfde tijd van de werkwoorden in -ERE en -IRE gaat op "-e" uit. |
|
| De werkwoorden op -IRE kunnen, voor wat betreft de tegenwoordige tijd van de aantonende wijs in twee subgroepen, worden verdeeld: | |
| - | de werkwoorden die het tussenvoegsel -isc- bij de eerste, tweede en derde persoon enkelvoud en de derde persoon meervoud hebben; |
| - | de werkwoorden die het tussenvoegsel -isc- niet hebben. |
| De werkwoorden op -ARE vormen de grootste groep. De eerste groep is ook de meest productief want alle nieuwe werkwoorden die in het Italiaans ontstaan, krijgen in de infinitief de uitgang -ARE: "cliccare", "formattare", "chattare", etc. | |