Er zijn verschillende preposities waarmee een oorzaak kan worden aangegeven. Bij de keuze van de prepositie kan er slechts één richtlijn worden aangegeven.
| Voorbeelden: | |
| 1 | Sono stato morso da un cane. |
| 2 | Nel 79 d. C. Pompei è stata distrutta dall'eruzione del vulcano Vesuvio. |
Bij het aangeven van een verband tussen een bepaalde handeling en de zelfstandigheid, die deze handeling uitvoert, wordt er voor de prepositie "da" (eventueel met lidwoord) gekozen.
In andere gevallen waarin een oorzaak wordt aangegeven gebruikt men meestal de preposities:
| - | DI | (eventueel met lidwoord) |
| - | PER | (eventueel met lidwoord) |
| - | IN | (eventueel met lidwoord) |