Imperativo di essere e avere



ESSERE AVERE
Persoon
(io) ----- -----
(tu) sii abbi
(lui/lei) sia abbia
(noi) siamo abbiamo
(voi) siate  abbiate
(loro) siano abbiano

Zoals voor alle werkwoorden geldt, is ook hier de vorm van "noi" gelijk aan die van de "indicativo presente" en zijn de beleefdheidsvormen "lei" en "loro" gelijk aan die van de "congiuntivo presente".

In tegenstelling tot de andere werkwoorden, zijn de vormen van "voi" niet gelijk aan die van de "indicativo presente", maar aan de "congiuntivo presente".