Il comparativo e il superlativo dell'avverbio


Voorbeelden:
1 Se vuoi che tutti ti capiscano, parla più lentamente.
2 Questa settimana abbiamo lavorato meno intensamente.
3 Giuseppe vorrebbe partire prestissimo.
4 Sto benissimo, non preoccuparti.
5 Stefania ha risolto il problema molto intelligentemente.
6 Come al solito questa mattina Elio è uscito di casa presto presto.

Voor de trappen van vergelijking van het bijwoord kan men in grote lijnen de regels van "i gradi della comparazione" van het bijvoeglijk naamwoord volgen. De "superlativo relativo" is bij het bijwoord zeer zeldzaam.

De vergrotende en de verkleinende trap worden gevormd door de plaatsing van respectievelijk "più" en "meno" vóór het bijwoord (voorbeelden 1 en 2).

Voor de vorming van de "superlativo assoluto" komt het achtervoegsel "-issimo" achter het bijwoord te staan zonder de eindklinker (voorbeelden 3 en 4).

Als het bijwoord uit bijvoeglijk naamwoord + -issimo- + -mente bestaat, krijgt de "superlativo assoluto" met "molto" de voorkeur boven de plaatsing van "-issimo-" (voorbeeld 5).

De "superlativo assoluto" kan ook door de herhaling van het bijwoord worden gevormd (voorbeeld 6).

Enkele bijwoorden, zoals hun corresponderende bijvoeglijke naamwoorden, hebben zogenaamde "forme organiche":