Frase principale al presente indicativo/condizionale
| Voorbeelden: |
| 1 |
ll commissario di polizia afferma che l'assassino è ancora in libertà. |
| 2 |
Capisco bene perché non sei voluta venire. |
| 3 |
È sicuro che domani ci sarà (c'è) bel tempo. L'ho sentito alla tv. |
| 4 |
Giuseppe dice che è andato a casa sua ieri sera. |
| 5 |
Scommetto che vincerà (vince) questa squadra. |
| 6 |
Mentre io apparecchio la tavola, puoi chiamare i bambini? |
Als de hoofdzin in de "presente" staat, hangt het van de tijdsorde af welke tijd je in de bijzin moet gebruiken.
| Je moet dan eerst bepalen of: |
| - |
de inhouden van de hoofd- en bijzin gelijktijdig gerealiseerd worden ("contemporaneità", vb 1, 6); |
| - |
de inhoud van de bijzin in tijdsorde volgt op die van de hoofdzin ("posteriorità", vb 3, 5); |
| - |
de inhoud van de bijzin in tijdsorde voorafgaat aan die van de hoofdzin ("anteriorità", vb 2, 4). |
Staat in de hoofdzin bijvoorbeeld een "presente" en wordt de bijzin gelijktijdig gerealiseerd,dan moet je in de bijzin de "indicativo presente" gebruiken (1).
Gaat de bijzin in tijd vooraf aan de hoofdzin, dien je hier de "passato prossimo" te gebruiken (2).
Als je meer informatie wilt, klik je op:
| - |
"contemporaneità" |
als de inhouden van de hoofd- en bijzin gelijktijdig gerealiseerd worden |
| - |
"posteriorità" |
als de inhoud van de bijzin in tijdsorde volgt op die van de hoofdzin |
| - |
"anteriorità" |
als de inhoud van de bijzin in tijdsorde voorafgaat aan die van de hoofdzin. |