Frase principale al presente congiuntivo
| Voorbeelden: |
| 1 |
Non so perché lui non risolva questo problema. |
| 2 |
Bisogna che aiutiate la nonna. |
| 3 |
Ha paura che le rubino la borsa. |
| 4 |
Speriamo che la tua salute migliori. |
| 5 |
Ci chiediamo perché non ci abbiano telefonato. |
| 6 |
Racconta questa storia come se avesse visto tutto con i propri occhi. |
Als de hoofdzin in de "presente" staat, hangt het van de tijdsorde af welke tijd je in de bijzin moet gebruiken.
Je moet dan eerst bepalen of:
| - |
de inhouden van de hoofd- en bijzin gelijktijdig gerealiseerd worden ("contemporaneità"); |
| - |
de inhoud van de bijzin in tijdsorde volgt op die van de hoofdzin ("posteriorità"); |
| - |
de inhoud van de bijzin in tijdsorde voorafgaat aan die van de hoofdzin ("anteriorità"). |
Staat in de hoofdzin bijvoorbeeld een "presente" en wordt de bijzin gelijktijdig gerealiseerd, dan moet je in de bijzin de "congiuntivo presente" gebruiken (1).
Gaat de bijzin in tijd vooraf aan de hoofdzin, dien je hier de "congiuntivo passato" te gebruiken (2).
Als je meer informatie wilt, klik je op:
| - |
"contemporaneità" |
als de inhouden van de hoofd- en bijzin gelijktijdig gerealiseerd worden |
| - |
"posteriorità" |
als de inhoud van de bijzin in tijdsorde volgt op die van de hoofdzin |
| - |
"anteriorità" |
als de inhoud van de bijzin in tijdsorde voorafgaat aan die van de hoofdzin. |