| Voorbeelden: | |
| 1 | Credevo che l'autobus non arrivasse più, ma dopo due ore finalmente è arrivato. |
| 2 | Speravamo che giovedì non nevicasse. |
| 3 | Ci disse che avrebbe comprato questa macchina. |
| 4 | Pensavo che mio fratello mi venisse a trovare |
| 5 | Senza che tu me ne avessi parlato, ho capito che c'era qualche problema. |
| 6 | Sembrava che Giorigio fosse partito per gli Stati Uniti, invece era ancora a casa. |
Als de hoofdzin in de "passato" staat, hangt het van de tijdsorde af welke tijd je in de bijzin moet gebruiken.
Je moet dan eerst bepalen of:
- de inhouden van de hoofd- en bijzin gelijktijdig gerealiseerd worden ("contemporaneità"),
- de inhoud van de bijzin in tijdsorde volgt op die van de hoofdzin ("posteriorità"),
- de inhoud van de bijzin in tijdsorde voorafgaat aan die van de hoofdzin ("anteriorità").
| - | "contemporaneità" | als de inhouden van de hoofd- en bijzin gelijktijdig gerealiseerd worden |
| - | "posteriorità" | als de inhoud van de bijzin in tijdsorde volgt op die van de hoofdzin |
| - | "anteriorità" | als de inhoud van de bijzin in tijdsorde voorafgaat aan die van de hoofdzin. |