Formazione dell'avverbio


Voorbeelden:
1 Saggiamente Maria prima di licenziarsi, ha trovato un altro impiego.
2 La reazione di Giorgio mi ha sorpreso enormemente.
3 Valerio ha reagito a quellinsulto violentemente.
4 Claudia su questo argomento ha fondamentalmente ragione.
5 Per l'esame ho studiato poco perché non avevo tempo.
6 Sto bene, grazie. E tu come stai?
7 Questa sveglia è indietro, non sono le due, sono già le due e venti.
8 Da quando Fabio è andato a vivere in unaltra città, ci vediamo di tanto in tanto.

Een groot aantal "avverbi di modo" (bijwoorden van wijze) wordt gevormd door de toevoeging van het achtervoegsel "-mente" aan de vrouwelijke vorm op "-a" (voorbeeld 1) of op "-e" (voorbeeld 2) van het bijvoeglijke naamwoord.
Enkele bijwoorden waarvan de meest frequente in het gebruik "violentemente" en "leggermente" zijn, volgen de bovenstaande regel niet.
Als een bijvoeglijk naamwoord op "-le" (voorbeeld 4) of op "-re" (bijvoorbeeld: familiarmente) eindigt, wordt de "e" vóór "-mente" weggelaten.
Een aantal bijvoeglijke naamwoorden zoals "poco" (voorbeeld 5), "molto", "tanto", "troppo", "piano", "forte", "giusto", "vicino", "lontano", etc. kunnen in de vorm van het mannelijk enkelvoud direct als bijwoorden worden gebruikt.
In een aantal gevallen is er geen sprake van afleiding van andere vormen, het bijwoord bestaat uit een apart woord: behalve "bene" (voorbeeld 6), "male", "allora", "anche", "neanche", "ancora", "così", "forse", etc.
Bij enkele bijwoorden komen twee of meer woorden bij elkaar en tezamen vormen ze één woord: "indietro" (voorbeeld 7), "talvolta", "dappertutto", etc.
Een bijwoord kan ook uit een vaste combinatie van woorden bestaan: "di tanto in tanto" (voorbeeld 7), "a poco a poco", "quasi quasi", "a faccia a faccia", "tutta un tratto", etc.