| Een groot aantal "avverbi di modo" (bijwoorden van wijze) wordt gevormd door de toevoeging van het achtervoegsel "-mente" aan de vrouwelijke vorm op "-a" (voorbeeld 1) of op "-e" (voorbeeld 2) van het
bijvoeglijke naamwoord. |
| Enkele bijwoorden waarvan de meest frequente in het gebruik "violentemente" en "leggermente" zijn, volgen de bovenstaande regel niet. |
| Als een bijvoeglijk naamwoord op "-le" (voorbeeld 4) of op "-re" (bijvoorbeeld: familiarmente) eindigt, wordt de "e" vóór "-mente" weggelaten. |
| Een aantal bijvoeglijke naamwoorden zoals "poco" (voorbeeld 5), "molto", "tanto", "troppo", "piano", "forte", "giusto", "vicino", "lontano", etc. kunnen in de vorm van het mannelijk enkelvoud direct als
bijwoorden worden gebruikt. |
| In een aantal gevallen is er geen sprake van afleiding van andere vormen, het bijwoord bestaat uit een apart woord: behalve "bene" (voorbeeld 6), "male", "allora", "anche", "neanche", "ancora", "così",
"forse", etc. |
| Bij enkele bijwoorden komen twee of meer woorden bij elkaar en tezamen vormen ze één woord: "indietro" (voorbeeld 7), "talvolta", "dappertutto", etc. |
| Een bijwoord kan ook uit een vaste combinatie van woorden bestaan: "di tanto in tanto" (voorbeeld 7), "a poco a poco", "quasi quasi", "a faccia a faccia", "tutta un tratto", etc. |