Congiuntivo presente degli altri verbi irregolari


De overige onregelmatige werkwoorden worden als volgt vervoegd:
1) De 1e, 2e en 3e persoon enkelvoud en de 3e persoon meervoud hebben als basis voor decongiuntivo presente de 1e persoon enkelvoud van de indicativo presente;
2) Vervolgens haal je de uitgang -o eraf en voeg je de uitgangen van de congiuntivo toe:-a bij de 1e, 2e en 3e persoon enkelvoud en -ano bij de 3e persoon meervoud.
Voorbeeld:
andare:  vado > vada/vadano

De 1e persoon meervoud is altijd gelijk aan die van de indicativo presente.De 2e persoon meervoud heeft dezelfde stam als de 1e persoon meervoud van de indicativo/congiuntivo presente en gaat uit op -iate.

ANDARE DIRE USCIRE VENIRE
Persoon Vorm Vorm Vorm Vorm
(io) vada dica esca venga
(tu) vada dica esca venga
(lui/lei) vada dica esca venga
(noi) andiamo diciamo usciamo veniamo
(voi) andiate diciate usciate veniate
(loro) vadano dicano escano vengano

Zoals je ziet zijn de uitgangen van de 1e, 2e en 3e persoon enkelvoud gelijk. Als uit de context niet blijkt welke persoon wordt bedoeld, moet dus de persoonsvorm toegevoegd worden.