Congiuntivo imperfetto di bere; dire; fare e porre


De werkwoorden "bere", "dire", "fare" en "porre" worden als volgt vervoegd:
1) Je neemt de stam van het werkwoord;
2) Vervolgens plaats je onderstaande uitgangen achter de stam.

BERE DIRE FARE PORRE
Persoon StamUitgang StamUitgang StamUitgang StamUitgang
(io) bevessi dicessi facessi ponessi
(tu) bevessi dicessi facessi ponessi
(lui/lei) bevesse dicesse facesse ponesse
(noi) bevessimo dicessimo facessimo ponessimo
(voi) beveste diceste faceste poneste
(loro) bevessero dicessero facessero ponessero

Evenals bij de vervoeging van de "indicativo imperfetto" wordt bij de werkwoorden "bere", "dire", "fare" en "porre" uitgegaan van de Latijnse vormen: resp. "bevere", "dicere", "facere" en "ponere".

De vervoeging is dan gelijk aan die van de werkwoorden op -ERE, dus regelmatig.

Zoals je ziet zijn de uitgangen van de 1e en 2e persoon enkelvoud gelijk.Als uit de context niet blijkt welke persoon wordt bedoeld, moet dus de persoonsvorm toegevoegd worden.

Bij de uitspraak ligt de klemtoon altijd op de eerste lettergreep van de uitgang.