| - |
Avverbi di luogo (voorbeeld 1): ze bepalen de plaats of de richting Andere voorbeelden van bijwoorden van plaats zijn ook "qua", "lì", "là", "sotto", "sopra", "fuori", "dentro",
"davanti", "dietro", "di qua", "per di là", etc. |
| - |
Avverbi di tempo (voorbeeld 2): de bijwoorden van tijd kunnen frequentie, periode, tijdsduur, etc. uitdrukken. Andere voorbeelden van bijwoorden van tijd zijn ook "presto",
"tardi", "adesso", "subito", "spesso", "già", "ormai", "allora", "prima", "precedentemente", "poco a poco", etc. |
| - |
Avverbi di quantità (voorbeeld 3): ze definiëren de hoeveelheid zonder de exacte mate daarvan aan te geven. Andere voorbeelden van bijwoorden van hoeveelheid zijn ook "troppo",
"poco", "assai", "tanto", "più", "meno", "niente", "nulla", "sufficientemente", "a sufficienza", "appena", "all'incirca", etc. |
| - |
Avverbi di modo (voorbeeld 4): ze specificeren de wijze waarop een bepaalde handeling plaats vindt. Andere voorbeelden van bijwoorden van dit type zijn, naast alle
vormen op "-mente", ook "sul serio", "in silenzio", "a fatica", "a tutto gas", "alla svelta", "all'antica", "alla romana", "a faccia a faccia", etc. |
| - |
Avverbi di giudizio (voorbeeld 5): onder deze categorie vallen de bijwoorden van ontkenning en bevestiging. Andere voorbeelden van bijwoorden van deze soort zijn ook "no", "non",
"neppure", "neanche", "nemmeno", "sì", "esattamente", "certamente", "sicuramente", "davvero", "ovviamente", "proprio",etc. |
| - |
Avverbi interrogativi (voorbeeld 6): ze leiden een vragende zin in. Andere voorbeelden van vragende bijwoorden zijn ook "perché?", "come?", "quanto?", "come mai?", etc. |
| - |
Avverbi presentativi (voorbeeld 7): het enige bijwoord dat onder deze categorie valt, is "ecco", dit bijwoord wordt gebruikt om iemand of iets aan te kondigen, te laten zien, aan
te wijzen, etc. |